HR en directie kijken naar hetzelfde probleem, maar spreken een totaal andere taal.
Waarom HR en directie elkaar kwijtraken bij verzuim
In veel organisaties is verzuim officieel een HR-onderwerp. Maar zodra verzuim structureel wordt, komt de directie onvermijdelijk in beeld. En precies daar ontstaat vaak een spanningsveld dat veel organisaties herkennen: HR en directie kijken naar hetzelfde probleem, maar spreken een totaal andere taal.
Twee werelden rond hetzelfde probleem
In veel organisaties wordt verzuim primair bij HR neergelegd.
Dat is logisch. HR bewaakt processen, wetgeving en procedures.
Maar zodra verzuim structureel wordt, raakt het ook direct de bedrijfsvoering.
Teams raken onder druk. Werk blijft liggen. Planning schuift.
Op dat moment kijkt de directie ineens naar hetzelfde onderwerp.
Alleen kijken HR en directie vaak met een andere bril.
De HR-blik
HR kijkt vaak naar verzuim vanuit structuur en zorgvuldigheid.
Zijn alle stappen volgens de Wet verbetering poortwachter gezet?
Is de probleemanalyse op tijd gedaan?
Is het plan van aanpak opgesteld?
Dat zijn belangrijke vragen.
Maar het zijn procesvragen.
De directieblik
De directie kijkt meestal anders.
Directieleden kijken naar continuïteit.
Wat betekent deze uitval voor het team?
Wat gebeurt er met klanten?
Hoe lang kan dit nog zo doorgaan?
Dat zijn geen procesvragen.
Dat zijn bedrijfsrisico’s.
Waarom deze twee perspectieven botsen
HR probeert vaak zorgvuldig te werken.
Directies willen vaak snelheid.
HR wil risico’s voorkomen.
Directies willen problemen oplossen.
Beide perspectieven zijn begrijpelijk.
Maar wanneer ze niet op elkaar aansluiten, ontstaat er frictie.
HR voelt zich onder druk gezet.
Directies voelen zich afgeremd.
Waar de arbodienst in dit verhaal terechtkomt
In veel organisaties komt de arbodienst precies tussen deze twee werelden terecht.
HR werkt met de arbodienst vanuit proces.
Directies verwachten vaak dat de arbodienst helpt om het probleem op te lossen.
Maar als verwachtingen niet helder zijn, ontstaat er verwarring.
Voor HR is de arbodienst vaak een procespartner. Voor directies voelt de arbodienst vaak als een probleemoplosser.
En wanneer die rollen niet duidelijk zijn, ontstaat frustratie aan beide kanten.
Waarom arbodiensten hierdoor vaak in een lastige positie komen
Omdat ze meestal pas worden ingeschakeld wanneer het verzuim al loopt.
Op dat moment zijn de verwachtingen vaak hoog.
De directie wil snelheid.
HR wil zorgvuldigheid.
En de arbodienst moet daartussen navigeren.
Dat maakt de rol van arbodiensten ingewikkelder dan veel mensen denken.
Wat organisaties hiervan kunnen leren
De meeste organisaties hoeven hun verzuimbeleid niet compleet te veranderen.
Maar ze moeten wel duidelijker maken wie waarvoor verantwoordelijk is.
Wanneer HR en directie dezelfde taal spreken over verzuim, wordt het gesprek een stuk eenvoudiger.
En wanneer de rol van de arbodienst helder is, ontstaat er minder frustratie.
Verzuim wordt pas bestuurbaar wanneer HR, directie en arbodienst dezelfde werkelijkheid bespreken.